Storing? Bel
077 398 4416

Nu gesloten
Voor storingen bereikbaar via 0617157773

Transportband sturen bij scheefloop

Dinsdag 10 oktober 2017

Geschreven door: Sander Lommen, Technisch Specialist Transportbanden
077-398 4416 sander@acb-transportbanden.nl

Totale leestijd: 10 Minuten. Na het lezen van dit blog weet je:

  • Hoe je scheefloop van een transportband kunt herkennen
  • Wat de oorzaak is van scheefloop van een transportband
  • Hoe je scheefloop kunt corrigeren door de transportband te sturen

De meest voorkomende oorzaken van scheefloop in transportbanden worden uitvoerig toegelicht. Later in het blog worden ook oplossingen geboden om scheefloop te voorkomen.

Hoe herken je scheefloop van een transportband?

Scheefloop van transportbanden is te herkennen aan verschillende indicatoren, namelijk:

  • De transportband loopt scheef over de rol
  • De transportband is beschadigd
  • Het transportframe is beschadigd als gevolg van schuren
  • Het te transporteren product is beschadigd
  • Er wordt veel materiaal gemorst

Wat is de oorzaak van het scheeflopen van een transportband?

Scheefloop kan ontstaan door tal van verschillende oorzaken. De meest voorkomende oorzaken van scheefloop zijn: asymmetrische belading, verkeerde bandspanning, een verontreinigde transportband (vastplakkende rollen), onjuist afgestelde trommels, een verwrongen constructie en een foutieve las. Later in deze blog worden oplossingen geboden om de oorzaak van scheefloop van een transportband weg te nemen. Onderstaand worden alle mogelijke oorzaken nader toegelicht.

Scheefloop door asymmetrische belading

Een asymmetrische belading is van toepassing wanneer product niet in het midden van de band wordt gestort. Doordat product niet in het midden van de band wordt gestort, wordt de kracht niet evenredig over de transportband verdeeld en ontstaat er scheefloop.

Scheefloop door lengteverschil en dikteverschil in de transportband

Een transportband gaat scheef lopen op het moment dat de band links en rechts niet even lang is. Dit kan voorkomen wanneer een transportband schuin is afgesneden of tussentijds is ingenomen. Ook gaat een band scheef lopen wanneer deze links en rechts niet even dik is. Dit kan voorkomen wanneer er slijtage optreedt aan de onderzijde van een transportband.

Scheefloop door een te lage of te hoge bandspanning

Als de bandspanning te laag is gaat de band “drijven” over de rollen. In situaties waar de bandspanning te hoog is, kunnen de rollen (trommels) de scheefloop niet meer corrigeren omdat de transportband zich niet meer zijdelings kan bewegen over de keertrommels / aandrijftrommels.

Scheefloop door een verontreinigde transportband

Een verontreiniging aan zowel de transportband als de rollen kan een oorzaak zijn van scheefloop. Doordat vuil hecht aan de rollen en de transportband treedt een andere weerstand of diameter op waardoor de transportband scheef gaat lopen.

Scheefloop door een verwrongen constructie of verwrongen transportband

Indien het frame onvoldoende stabiliteit heeft, zal het verbuigen waardoor scheefloop ontstaat. Uiteraard levert een krom transportband frame ook scheefloop op. Er is ook een kans dat de transportband zelf vervormd is, bijvoorbeeld als gevolg van een niet correcte weefselconstructie. Als resultaat komt er een verschil in wrijvingskracht op de aandrijftrommel of keertrommel.

Scheefloop door een foutieve las

Als een transportband door middel van vulkanisatie eindloos is gemaakt, is het belangrijk dat deze las volledig recht uitgevoerd is. Een transportband die scheef aan elkaar gelast is, kan scheefloop veroorzaken.

Scheefloop door onjuist afgestelde trommels / rollen

Wanneer trommels / rollen niet goed afgesteld zijn ontstaat scheefloop. In ideale situaties staan trommels onder een hoek van 90 graden op de transportband. Daarnaast is het belangrijk dat beide trommels exact horizontaal liggen. Trommels / rollen zijn ook de oorzaak van scheefloop op het moment dat er verschillen zijn in de wrijvingscoëfficiënt over de trommellengte door een foutief gedraaide rol, verontreiniging of slijtage.

Rollen en trommels dienen te allen tijde exact haaks en horizontaal op het frame te worden gemonteerd.

Rollen en trommels veroorzaken ook scheefloop als er een diameter verschil is tussen links en rechts en als ze verontreinigd zijn. De transportband zal altijd naar de kant van de hoogste spanning lopen.

Scheefloop door glijplaat

Bandondersteuning in de vorm van een glijplaat kan ook voor scheefloop van transportbanden zorgen. Bijvoorbeeld wanneer er een verschil is in oppervlaktegladheid. Of wanneer de glijplaat niet precies horizontaal ligt (gezien vanuit de breedte van de transportband).

Scheefloop door temperatuurverschillen

Door temperatuurverschillen kan de transportband scheeflopen. Extreem hoge en extreem lage temperaturen of temperatuurswisselingen zorgen ervoor dat de fysieke eigenschappen zoals lengte en stijfheid van een transportband veranderen. Door de verandering kan scheefloop ontstaan.

Overige oorzaken van scheefloop

Naast de eerder genoemde oorzaken van scheefloop hebben ook de bandafschraper, de  zijkantafdichtingen (kantafdichting) en het weer (bijvoorbeeld sterke zijwind) invloed op het recht lopen van een transportband.

Oplossing – Het sturen van een transportband – Het corrigeren van scheefloop

Het sturen van een transportband (en daarmee het corrigeren van scheefloop) kan op verschillende manieren namelijk:

  • Keertrommels / keerrollen afstellen
  • Onderrollen / transportrollen afstellen
  • Trogstel afstellen
  • Glijplaat afstellen
  • Bollering van trommels en rollen
  • Stuurrollen monteren
  • Stuursnaren / spoorsnaren aanbrengen

Onderstaand worden enkele methoden waarmee scheefloop gecorrigeerd kan worden uitgebreid omschreven.

Bandspanning

De bandspanning heeft een directe relatie met het stuurgedrag van de transportband. Een te hoge bandspanning levert een “nerveus” bandgedrag op en overmatige slijtage aan machineonderdelen, zoals lagers en assen. Een te hoge bandspanning kan zelfs breuk van de assen veroorzaken.

Een te lage bandspanning veroorzaakt bandslip op de aandrijftrommel en zorgt ervoor dat de bollering niet gevolgd wordt.

Om een transportband te kunnen spannen moet de installatie voorzien zijn van een spanstation, dit is meestal de keertrommel. De spanweg van de installatie is 1% van de bandlengte.

De transportband moet na montage op spanning gebracht worden. De beste manier om dit te doen is om de bovenzijde met een stift of krijt op 1000 mm aan beide bandkanten markering aan te brengen. Vervolgens wordt de band gelijkmatig links en rechts opgespannen naar 1003 mm = 0,3% voorspanning. Bij zwaardere belading < 50 kg/m2 kan de bandspanning verhoogd worden tot 0,5%.

Voorwaarde is dat de band bij opstarten onder vollast niet op de aandrijftrommel slipt. Bij installaties met een mes-overgang is bovenstaande procedure niet van kracht. Hierbij bevelen wij de volgende methode aan: Span de transportband bij een draaiende installatie zoveel, dat er geen bandslip meer optreedt.

Scheefloop oplossen door keerrollen / keertrommels af te stellen

Een transportband verplaatst zich altijd naar de kant waar de afstand tussen beide rollen / trommels (keerrol en aandrijfrol) van hart-tot-hart het kortste is. Om een rechte transportband ook recht te laten lopen moeten de afstand links en rechts tussen de keerrol en de aandrijfrol gelijk zijn. Het is belangrijk dat rollen en trommels altijd recht op het frame gemonteerd worden zodat ze haaks op de transportband staan. Het nadeel van scheefloop corrigeren door keerrollen / keertrommels af te stellen is dat door spanningsverschillen de band in een “banaanvorm” kan gaan lopen.

Scheefloop voorkomen door gebolleerde eindrollen monteren

Door middel van gebolleerde eindrollen kan een stabiel spooreffect worden bereikt. In de meeste gevallen is het voldoende om alleen een gebolleerde eind rol te monteren. In enkele gevallen kan het nodig zijn om ook de aandrijfrol te bolleren. Gebolleerde eindrollen functioneren niet altijd even goed. Voor transportbanden die langer zijn dan 10 meter heeft sturing door middel van gebombeerde eindrollen bijna geen effect meer.

Tabel 1: Gebolleerde rollen

TROMMELBREEDTE

mm

<300

<400

<600

<1000

<1500

CILINDRISCH DEEL

mm

0,3 B

0,4 B

0,5 B

0,6 B

0,7 B

TROMMEL DIAMETER

mm

<100

<200

<300

<400

<600

HOOGTE

mm

0,3

0,5

0,7

0,8

1,2

 

 

 

 

 

 

 

Scheefloop voorkomen door stuurrollen te monteren

Stuurrollen zijn uitermate geschikt voor lange en brede transportbanden met een en twee draairichtingen. Een stuurrol wordt gemonteerd vlak voor de omkeerrol in de looprichting van de transportband. Om voldoende wrijving te verkrijgen tussen de stuurrol en de transportband kan het nodig zijn om de stuurrol te bekleden.

Het monteren van een stuurrol en het bolleren van de aandrijfrol (en in enkele gevallen ook de keerrol) is in de praktijk voldoende om een transportband met een lengte van 8 tot 25 keer de bandbreedte recht te laten lopen. In situaties waar langere transportbanden worden gebruikt, kunnen meer stuurrollen gemonteerd worden. Het effect van de bollering is dan zeer klein. Bij sterk vervuilde transportbanden kan de stuurrol aan de binnenkant gemonteerd worden.

Voor het sturen van brede en korte transportbanden (bijvoorbeeld met een transportlengte lager dan 8 keer de bandbreedte) is specialisme vereist. Het effect van bollering is in deze situaties niet toereikend en kan tevens zorgen voor plooivorming door stijfheid van de transportband. Stuurrollen functioneren in deze situatie beter, maar instelbare spoorrollen zorgen voor het beste resultaat.

Stuurrollen worden gemonteerd op een plaats waar de bandspanning laag is, meestal voor de keertrommel. De omspannen boog moet tussen 15º en 30º liggen. Bij minder  dan 15º zal het contact tussen band en trommel te kort zijn, bij meer dan 30º zal meer spanning gegeven worden wat ontsturen kan veroorzaken. Er moet voldoende wrijving zijn tussen stuurrol en band. Voor extra wrijving kan bijvoorbeeld antislipbekleding worden aangebracht. Wanneer de transportband zwaar vervuild is, is montage aan de binnenzijde van de band aan te bevelen.

Corrigerende vuistrol

Het principe van een corrigerende vuistrol is hetzelfde als dat van een corrigerend trogstel, echter is dit andersom gemonteerd. Een corrigerende vuistrol wordt gemonteerd in retourdeel aan beide bandzijden op plaats met bandspanning en ver van eindrollen ( 6º slepend in looprichting, 15º neergaand t.o.v. horizontale dwarslijn ). De transportband moet bij meer ontsturing hoger tegen rol oplopen zodat meer tegendruk ontstaat.

Scheefloop voorkomen door stuursnaren / spoorsnaren te monteren

Scheefloop kan voorkomen worden door een stuursnaar op de transportband te monteren. Stuursnaren, ook wel spoorsnaren genoemd worden op de binnenkant van transportbanden gemonteerd door middel van vulkaniseren. Een stuursnaar wordt geplaatst in het midden van de band of aan beide zijkanten van de band. Op het moment dat er dwarskrachten op een transportband komen, kan het zijn dat de eerder beschreven systemen zoals een gebombeerde aandrijfrol, deze dwarskrachten niet kunnen opvangen waardoor scheefloop van de transportband ontstaat. Stuursnaren zijn er in trapezium- en rechthoekvorm rechthoekige spoorsnaar aan te brengen aan de binnenkant van de transportband. Voor het beste resultaat is het advies om stuursnaren altijd samen met stabiele spoorsystemen en gebolleerde rollen of spoorrollen te gebruiken. Onder het strakke gedeelte van de transportband worden glij strips aangebracht waarin de stuursnaren van de transportband lopen. Dit zorgt voor ultieme stabiliteit.

Dwangrollen

Dwangrollen worden aan de zijkant op een trogstel gemonteerd en zorgen ervoor dat de transportband niet verder ontspoort. Het monteren van dwangrollen voorkomt dat de transportband tegen het frame aan loopt. De transportband wordt geforceerd in het spoor gehouden en daarom zijn dwangrollen over het algemeen niet de beste oplossing om scheefloop van transportbanden te voorkomen.

Scheefloop voorkomen met behulp van corrigerende trogstellen

Er zijn 3-delige trogstellen verkrijgbaar die automatisch correcties uitvoeren om de transportband altijd recht te laten lopen. In de praktijk is één van de vijf trogstellen een corrigerend trogstel. Corrigerende trogstellen zijn bestemd voor één looprichting. Tijdens montage is het belangrijk dat hier rekening mee gehouden wordt.

Transportbanden sturen met een correctierol

Door middel van een zogenaamde correctierol kan een transportband gestuurd worden. In veel gevallen wordt dit gebruikt bij rubber transportbanden. De ACB correctierol is bij zowel nieuwe als bestaande transportbanden te gebruiken en wordt gemonteerd in plaats van twee onderrollen. De correctierol corrigeert het ontsporen. 

Geschreven door: Sander Lommen, Technisch Specialist Transportbanden
077-398 4416 sander@acb-transportbanden.nl